Deficit in begroting misleidt de burger

22/06/2008

6 op de 10 gemeenten in het rood: een luchtbel van jewelste?

Het is lovenswaardig dat Dexia, de huisbankier van vele gemeenten, jaarlijks een studie maakt van de begrotingen van alle gemeenten in België. Het is evenwel hachelijk om uit zo’n onderzoek, grote conclusies te trekken. Neem nu de cijfers van de gemeente Lede. Sinds 2000 wordt elk jaar een zwaar deficitaire begroting voorgelegd, terwijl de rekening achteraf telkens weer een flink overschot vertoont. Onder al dat deficitair begrotingsgeweld groeide de kasvoorraad aan van 6,4 miljoen (2000), naar 14,7 miljoen (2007).

De begroting van 2007 toonde een deficit van 2,4 miljoen; de rekening van 2007 geeft nu een overschot van 2,4 miljoen. (ja , u leest het goed, en dit op een begroting van om en bij de 15 miljoen in de gewone dienst)

Het recept van een deficitaire begroting heeft 3 vaste ingrediënten: - overschatten van de uitgaven - onderschatten van de inkomsten - opblazen van de investeringen tot een droomfabriek. Alles wat men ooit denkt te realiseren, komt in de begroting van het komende jaar (of kort nadien in de meerjarenplanning)

De meerderheid vindt dat een realisatie van 30% van de investeringsprojecten, bij vergelijking met de omliggende gemeenten, zeker een goed resultaat is. Het ziet er dus naar uit dat Lede, qua begroting, geen unieke positie inneemt. Soms haalt men bijlange die 30% niet. Voor 2007, voor de jeugdsector, is amper 6,5% van de voorziene initiatieven gerealiseerd. (dus geen speelbos, niets veranderd aan de speelpleinen, materiaal niet aangekocht...)

Het komt de meerderheid overigens goed uit om de uitgaven te overschatten. Zo creëert het College van Burgemeester en Schepenen een vrije financiële ruimte, waarbinnen ze zelfstandig beslissingen kan nemen, zonder iets te moeten vragen aan de gemeenteraad. Een deficitaire begroting is ook het argument bij uitstek als er een goed voorstel komt van de oppositie. Dat is dan bij voorbaat niet haalbaar omdat het iets kost, terwijl de begroting zo al verlieslatend is. Erger is dat om dezelfde redenen sociale initiatieven (van bv. OCMW) worden teruggeschroefd. En dat de gemeente de CAO’s van het personeel niet kan nakomen. Want op basis van de meerjarenplanning kan de gemeente financieel niet garanderen dat ze de meerkost ervan kan betalen.

De hogere overheid (gouverneur, minister) kent het probleem, maar laat het oogluikend toe. Elk jaar wordt in omzendbrieven geschreven dat de ramingen van de begroting realistisch moeten zijn en dat de begroting echt wel een beleidsdocument is dat garant moet staan voor de financiële haalbaarheid van de gemaakte keuzes. Gelukkig beschikken de meeste gemeenten over goed geschoold en gemotiveerd personeel om technisch goede begrotingen op te maken.

Nu nog het politiek personeel om er daadwerkelijk inhoudelijk iets van te maken. De huidige begroting verdoezelt het gebrek aan visie en strategie en houdt “constant alle opties open”. De vrije markt duwt dan wel op het gepaste moment zijn optie door. Het is evenwel aan de (lokale) politici om de maatschappelijk belangrijke keuzes in een echt beleid om te zetten.

Moet het nog gezegd dat de belastingsverhoging (op de onroerende voorheffing) van 2003 compleet overbodig was. En dat de Ledenaar te veel belastingen betaalt, enkel en alleen om het geld op te potten?

Jo Maebe